Update Wet DBA

Onlangs is bekend gemaakt dat de handhaving van de Wet DBA met een jaar uitgesteld is naar 1 januari 2021. Het kabinet heeft aangegeven dat het niet gaat lukken om de vervangende wetgeving klaar te hebben voor 1 januari 2020 zoals eerder werd aangekondigd. Het nieuwe streven is om deze wetgeving in het derde kwartaal van 2019 in concept klaar te hebben en voor te leggen voor terugkoppeling.

Tot januari 2021 zal de Belastingdienst dus niet gaan handhaven. Er worden in deze periode geen boetes of naheffingen opgelegd, tenzij er sprake is van ‘kwaadwillendheid’.
De Belastingdienst kan sinds juli 2018 al handhaven bij kwaadwillenden als zij de volgende drie criteria alle drie kan bewijzen:

  1. Sprake van een (fictieve) dienstbetrekking
  2. Sprake van evidente schijnzelfstandigheid
  3. Sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid

Wanneer er van aantoonbare kwaadwillendheid geen sprake is, maar wel duidelijk is dat een opdrachtgever zich niet aan de regels houdt, kan de Belastingdienst een waarschuwing hiervoor geven.

Met de aankondiging van de verlengde periode van uitstel zijn de mogelijkheden voor handhaving bij kwaadwillendheid uitgebreid: vanaf 1 januari 2020 kan er ook gehandhaafd worden wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet, of in onvoldoende mate en binnen een redelijke termijn opvolgen. Deze uitbreiding geeft de Belastingdienst, in het geval van een waarschuwing die gegeven wordt, meer onderbouwing voor het wél opleggen van naheffingen en boetes.

Geen handhaving ≠ geen wetgeving

Het feit dat de handhaving wederom is opgeschort betekent niet dat er momenteel geen wetgeving is. Er wordt immers steeds gesproken over vervangende wetgeving en de Belastingdienst mag wel dus wel degelijk boetes en naheffingen opleggen wanneer zij hier aanleiding toe ziet.

Maatregelen

Er zullen drie maatregelen worden uitgewerkt door het kabinet om meer vorm te geven aan de vervangende wetgeving:

  1. Er komt een minimumtarief voor ZZP’ers van €16,- per uur, dit is de onderkant van de arbeidsmarkt. De opdrachtgever wordt verantwoordelijk voor het controleren en betalen van dit minimumtarief en de opdrachtnemer wordt verantwoordelijk voor de daarvoor aan te leveren informatie.
  2. Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er een zelfstandigenverklaring. Deze verklaring geeft vooraf zekerheid over loonheffing en werknemersverzekeringen en voor zover mogelijk over arbeidsrechtelijke gevolgen, pensioenverplichtingen en cao-bepalingen. Het gebruik van de zelfstandigenverklaring is wel aan een aantal voorwaarden verbonden:
    a. In de overeenkomst van opdracht is opgenomen dat de partijen beogen geen arbeidsovereenkomst te sluiten
    b. Het minimale uurtarief dat wordt gehanteerd is €75,-
    c. De duur van de overeenkomst van opdracht is maximaal één jaar
    d. De zelfstandigenverklaring wordt door zowel opdrachtgever als opdrachtnemer ondertekend
    e. De opdrachtnemer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
    Wanneer in de praktijk blijkt dat achteraf het uurtarief lager is dan €75,-, dan dient de opdrachtgever het verschil bij te betalen om niet het risico te lopen geconfronteerd te worden met naheffingsaanslagen en boetes van de Belastingdienst.
  3. Een opdrachtgeversverklaring via een webmodule.
    Het is de bedoeling dat opdrachtgevers van zelfstandigen via een webmodule een opdrachtgeversverklaring kunnen krijgen. Deze verklaring geeft alleen geen volledige zekerheid; de uitvoering in de praktijk blijft de doorslaggevende factor.

Webmodule

De webmodule bevindt zich momenteel in een testfase. Hiervoor is een vragenlijst toegezonden aan een grote groep opdrachtgevers die de uiteindelijke gebruikers zullen worden van de webmodule. Het is op dit moment nog niet zeker of de webmodule haalbaar is. Na de zomer zal de Tweede Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek worden geïnformeerd.

Immens heeft ook haar medewerking aan het onderzoek verleend door met een objectieve blik naar de gestelde vragen te kijken, de vragenlijst te beantwoorden en waar mogelijk van feedback te voorzien. We hebben hierbij steeds geprobeerd om de vragen te benaderen van het perspectief van zowel de opdrachtgever als de ZZP’er en zijn dan ook erg benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek.

– Patricia Boer, 14 augustus 2019

Heb je hier vragen over? Neem dan gerust contact met ons op.

Bekijk ook de andere artikelen uit onze nieuwsbrief!

Gepubliceerd op:

19 september 2019

Categorie:

Nieuws