Eigentijdse controllers: kennis en competenties

Het debat over de rol van controllers in organisaties concentreert zich al enkele decennia rondom dezelfde thema’s: de controller als “bean counter” en de controller als “business partner”. In 1963 gaf Shell’s toenmalige CFO, Stanley Harding, een gastcollege in Cambridge waarin hij een lans brak voor de controller als business partner. Hoe kan het nu dat meer dan 50 jaar later deze thema’s nog steeds de discussie over de rol van controllers in bedrijven domineren?

Daar zijn enkele verklaringen voor. In de eerste plaats is het lastig om die rol te vervullen. Betrouwbare informatievoorziening, het “klassieke” domein van de controller, is heel belangrijk en daarin nemen controllers hun verantwoordelijkheid. Het, in aanvulling daarop, vervullen van de rol van business partner vergt andere vaardigheden (“competenties”, om dat bij HR-adviseurs en onderwijskundigen modieuze woord maar eens te gebruiken). Het verenigen van die twee rollen is uitermate uitdagend; controller is ook een complex vak. Niet iedereen die voor het beroep van controller kiest kan en wil dat.

In de tweede plaats is het voor onderwijsinstellingen ook lastig om controllers met die tweeledige competentie op te leiden. Competentiegericht onderwijs (waarbij leiderschap, samenwerking en vaardigheden centraal staan) ontaardt maar al te vaak in oppervlakkigheid. Kennis, inzicht en vaardigheden die geworteld zijn in de academische vakgebieden die onlosmakelijk verbonden zijn aan het vak van controller zijn onmisbaar. Iedere controller behoort een diepgaand inzicht te hebben in management accounting, financial accounting, internal control, financiering en financieel management.

Ambitieuze controllers, onze toekomstige CFO’s, ontwikkelen zich op twee dimensies: (1) vakkennis, geworteld in de (genoemde, academische) vakgebieden die de controlling hebben gevormd en (2) de competenties die nodig zijn om effectief invloed uit te oefenen.

Opleiders kunnen controllers helpen in de ontwikkeling van die competenties. Dat kan door controllers te helpen om op hun eigen competenties te reflecteren. Het aanbieden van trainingen helpt om die competenties verder te ontwikkelen. Om effectief invloed uit te oefenen is inzicht in de strategie van het bedrijf en het werk van operationele managers van cruciaal belang. Strategie en organisatiekunde horen dan ook deel uit te maken van controllersopleidingen.

De Rijksuniversiteit Groningen biedt sinds 20 jaar een officieel geaccrediteerde postmaster controllersopleiding aan (“Executive Master in Finance & Control”), die opleidt tot de beroepskwalificatie van Register Controller (RC). In september 2018 gaat deze opleiding van start met een vernieuwd curriculum.

Het vernieuwde curriculum is opgebouwd rondom tien vakken, die zijn geworteld in de academische vakgebieden die horen bij het vak van controller. In aanvulling daarop loopt, onder de noemer van “Controllership”, een reeks van trainingen en oefeningen als een rode draad door de opleiding om de studenten te helpen om voor het bereiken van een topfunctie cruciale competenties te ontwikkelen. Tenslotte komen de verworven kennis en competenties samen in een uitdagende afstudeeropdracht: studenten doen een wetenschappelijke verantwoord onderzoek om een praktisch probleem in hun eigen werkkring op te lossen. Dat afstudeeronderzoek doet een beroep op hun vakkennis, op hun analytische vaardigheden, op hun schrijfvaardigheid en op hun overtuigingskracht (zodat hun aanbevelingen ook echt worden geïmplementeerd).

Prof. dr. E.P. (Pieter) Jansen, directeur EMFC
emfc@rug.nl
050 3637297
0621591960

Gepubliceerd op:

21 maart 2018

Categorie: